Els, zo doen we het hier
Op maandag begint Els.
Ze staat bij de deur met een pasje. Ze haalt het erlangs. Rood lampje. Nog een keer. Weer rood. Ze probeert het hoger, lager. Niks.
“Kakzooi.”
Ze ademt in, glimlacht en haalt het pasje nog één keer rustig langs de lezer.
Piep.
De deur gaat open.
Brenda staat er al. Ze loopt meteen weg.
“Hoi Lies! Welkom.”
“Eh… ik heet Els.”
“O ja! Och wat stom. Kom, loop mee.”
Els volgt. Jas nog aan.
“Kijk, dit is de huiskamer. Dat zie je straks wel. Waar kom je vandaan?”
“Breda.”
“Breda! Helemaal? Wacht, Erik! Ik kom er zo aan!”
Ze slaan een hoek om.
“Hier is de teamkamer. Patiënten mogen hier niet komen. Hang je jas maar op.”
Els kijkt naar binnen. Twee mensen typen. Ze kijken kort op.
“Hoi, ik ben Els.”
“O hoi, ik ben Mark.”
De telefoon gaat.
“Met Fred!”
Ah. Dat is dus Fred.
Als Els weer opkijkt, is Brenda weg.
Els staat in de teamkamer. Jas half aan. Tas nog in haar hand.
Ze is twee minuten binnen en ergens is het al begonnen.
De wereld waar ze deze ochtend in is gestapt is volstrekt onduidelijk en niemand legt uit hoe het werkt.
Dus Els kijkt. Ze volgt hoe mensen reageren en ze ziet dat dezelfde situatie de ene keer urgent is en de andere keer niet. Ze merkt dat regels bestaan, steeds anders worden uitgedragen.
Na een paar weken krijgt ze terug dat ze nog onvoldoende meekomt en dat ze dingen mist.
Els knikt.
Die middag zit ze op de bank met drie collega’s. Twee zitten op scherp. Twee praten erdoorheen. Het gebeurt tegelijk.
Els kijkt. Moet ze instappen of wachten?
Het team draait en de dag loopt door.
Els beweegt mee. Ze kiest momenten, laat dingen liggen, pakt andere op.
Soms klopt het.
Soms net niet.
En dan kijken we naar Els. Zij zou het onderhand toch moeten snappen?
Terwijl het interessanter is om te kijken naar waar ze in terecht is gekomen.
Els begon niet aan een baan.
Ze stapte in een systeem dat zichzelf nergens uitlegt en dat haar overal laat voelen.
En wij verwachten dat ze het snapt.
Misschien ook interessant
Zoektocht regiebehandelaar
