Overleg zonder voedingswaarde
Het multidisciplinaire overleg (MDO) zou de broedplek van professionele invalshoeken moeten zijn. Een moment in de week waar professionele perspectieven elkaar scherpen en iets nieuws ontstaat.
In de praktijk lijkt het MDO echter regelmatig op het smeren van een witte boterham: de risicospreiding vormt de basis, daaroverheen een laag gedeelde verantwoordelijkheid en een laag beleg van ideeën en meningen. Terwijl het vraagstuk dat op tafel ligt daar lang niet altijd om vraagt.
De vraag die blijft hangen is simpel: voedt zo’n boterham eigenlijk?
We eten iets dat nauwelijks vult en weinig energie geeft. We praten door tot het rond voelt en tot iedereen iets heeft toegevoegd. Dat geeft kennelijk een prettige leegte waarin niemand zich nog echt hoeft te verbinden aan de uitkomst. Hier presenteert zich de verdunning, verkleed als samenwerking. Het probleem is besluiteloosheid die zich voordoet als zorgvuldigheid. Het probleem is zelden tijdgebrek.
Een greep uit de praktijk:
Om tien uur zit iedereen aan de vergadertafel en klinkt al snel de vraag:
“wie doet de notulen?”
Dat moment heeft iets weg van een rookmelder die om de zoveel seconden een dun schraal piepje geeft omdat de batterijen leeg zijn. Dat geluid is net hard genoeg om je uit je concentratie te trekken en herhaalt zich net te vaak om nog op te merken. Dat piepje geeft teams de weinig aanleiding om op te staan. Ze horen het piepje vaak niet eens meer. Dus het is ze niet aan te rekenen.
Kort na het eerste signaal volgt het tweede piepje.:
“het voorzitterschap… wie?”
De hoofden kantelen licht naar de grond. Mensen doen alsof ze de vraag niet hebben gehoord en de stoelen schuiven heel langzaam 2 centimeter naar achteren. En uiteindelijk pakt iemand de handschoen op: “ik zal het wel doen”. De oplettende lezer merkte op dat de rookmelder nu drie keer piepte.
Het scenario is vaak anders als je die piepjes niet hoort. Want dan is er iemand die het kader pakt en de richting neerzet. Dit is vaak een voorspeller voor een effectief overleg.
Terug naar de realiteit:
Met acht mensen aan tafel en een uur op de klok tikt er ondertussen iets anders mee. Vierhonderdtachtig minuten overleg. Reken dat door en je zit aan het eind van het jaar rond de vijfentwintigduizend euro (€25.000) aan tijd die ergens moet renderen. Dat ene uur moet dus iets doen.
Toch zie je vaak dat er veel wordt besproken zonder dat er echt iets op gang komt. Besluiten krijgen dan een vorm die bijna geruststellend is in zijn leegte:
we doen iets
of
we doen niets
Neem een patiënt die iets onhandigs heeft gedaan. Het verhaal wordt opgebouwd, waaiert uit in details en zijpaden en iedereen voegt een perspectief toe. Het gesprek vult zich, de tijd verstrijkt en uiteindelijk ligt er een conclusie die al vanaf minuut één in de ruimte hing. Namelijk: de patiënt moet gesproken worden door een teamlid en een regiebehandelaar.
Draai je dat om:
Patiënt X heeft iets onhandigs gedaan en moet gesproken worden. De vraag die zich dan aandient is eenvoudig en scherp: wie pakt dit op en wanneer? In die regie ontstaat eigenaarschap. Dan wordt de tijd weer benut.
Het MDO kantelt zodra iemand de vragen stelt die voedingswaarde hebben:
welke mond voeden we hier?
wat staat ons te doen?
wanneer is dit overleg geslaagd/voedzaam?
wat vraagt dat nu concreet van ons?
Dan verandert de vorm bijna automatisch en dan ontstaat een overleg waarin iets wordt bereid in plaats van uitgesmeerd.
En af en toe blijft er dan zelfs iets over om op te dienen.
Misschien ook interessant
De Quickscan© uitgelegd
