Halocline
“Ik kom uit de praktijk”
Dat zeg ik graag en soms te makkelijk. Alsof die zin vanzelf betekent dat ik dichter bij de werkelijkheid sta dan mensen aan andere tafels. Het is een fijne zin omdat hij grond onder je voeten geeft en je er onzinnige discussie mee kunt afkappen. Het geeft ook een heerlijk excuus om aan de kant van je eigen verhaal te blijven staan en van je af te kijken.
Met de zomervakantie voor de deur neem ik de lezer mee onder water. Want soms zijn systemen beter te begrijpen vanuit een beeld.
Het beeld
Op mijn veertiende haalde ik mijn Open Water-duikbrevet. Later werd ik Rescue Diver.
Mijn eerste buitenwaterduiken vonden plaats in Tynaarloo. Duiken in Tynaarloo in het najaar betekent zwemmen in een pan koude snert: weinig zicht, kou en lijden. Daar leer je snel dat duiken minder romantisch is dan op de foto’s. Met een ademautomaat in je mond, 30 centimeter zicht en water van 13-14 graden reageert je lijf met één oplossing: eruit. Plassen in je pak voelt boven water als verlies van waardigheid. Onder water in Tynaarloo is het een klein intiem genot.
Tijdens die duiken maakte ik kennis met het fenomeen thermocline. Dat is de overgang van koud naar nog kouder water. Later in Egypte en Bonaire leerde ik zout water kennen. Warm, helder, prikkend in je ogen en meteen anders in gewicht, druk en afstelling.
Een paar jaar later ging ik duiken in Yucatán in Mexico. Daar dook ik in cenotes: open grotten. Dat gaat als volgt: je stapt ergens in een bos in een gat in de grond, zet je zaklamp aan en zakt bubbelend af in een donkere put vol kalksteen, stilte en lichtbundels van boven. Het water is zo helder dat je bijna vergeet dat je onder water bent.
De halocline
Een halocline is anders dan een thermocline. Het is de laag waar zoet en zout water op elkaar liggen. Bovenin is het water zoet, koel en glashelder. Een paar meter dieper wordt het warmer en zouter. Precies daartussen zit een vreemde overgangslaag die eruitziet alsof je over een spiegel zwemt. Zodra je door die spiegel zakt, raakt alles even uit verband. Het zicht vervormt, de temperatuur verandert, je luchtbellen klinken anders, de bodem lijkt dichterbij dan hij is en je drijfvermogen verandert. Je lijf weet eerder dan je hoofd dat de omgeving veranderd is.
Op zo’n moment gaat je lichaam corrigeren door harder te gaan bewegen om houvast te vinden. En door die beweging wordt een cenote rommelig. Op de bodem ligt kalkstof. Eén verkeerde beweging maakt het zicht snel slechter en dat is erg onbehaaglijk in een grot. Door stress verbruik je meer lucht uit je tank, verlies je je trim en ben je eindeloos aan het corrigeren.
Bij een goede trim zweef je en hang je gebalanceerd in het water. Daar kom je naar terug door kleiner te bewegen, rustiger te ademen en de situatie even over je heen te laten komen, totdat je opnieuw voelt waar je hangt.
Organisatiehaloclines
Ook daar beweeg ik door lagen. Bestuur, HR, financiën, management, team en behandelkamer hebben allemaal hun eigen druk, temperatuur en logica. Een besluit dat boven helder lijkt, kan beneden vreemd aankomen. Alsof je door een spiegel zakt en merkt dat het water ineens anders reageert dan je had ingeschat.
Boven gaat het over koers, risico, geld, kwaliteit en verantwoording. Beneden staat iemand met een patiënt, een roosterprobleem en een collega die op omvallen staat.
Beleidsjargon landt anders na een dienst. Zo kan een intranetbericht over koers, kwaliteit of duurzame inzetbaarheid kloppen en op “de vloer” voelen als onnodig lood. Zeker wanneer een organisatie trots zwarte cijfers presenteert terwijl het teamuitje maximaal €42,50 per persoon mag kosten.
Dan denk je gauw:
“mooi hoor, die miljoenen, en wij mogen zelf gaan bijleggen voor de bitterballen.”
Ik snap die reactie, want ik heb hem zelf ook gehad. De eerste jaren van mijn loopbaan was het werkoverleg mijn verbinding met “de organisatie”. Daar kwamen besluiten van boven binnen. Soms logisch, soms totaal onbegrijpelijk. Vaak dacht ik:
“de organisatie wil links, rechts of weer iets met eigenaarschap. Prima. Bedankt voor de info. Ik ga nu weer door met mijn werk.”
De laatste jaren doe ik vaker vanaf de andere kant mee in organisaties. Daar klinkt dezelfde werkelijkheid inmiddels logischer voor mij. Zwarte cijfers betekenen simpelweg: spek op de botten. Vaak eindelijk herstel na jaren roodstand. Een organisatie die financieel wankelt, moet kiezen. En kiezen doet altijd ergens pijn; boven én onder.
Dat maakt geld geen mooi onderwerp, maar wel een echt onderwerp.
In zorgteams hoor ik vaak dat geld ver van het bed staat. Want “het geld? Daar gaat de manager over hoor.” Alsof zorg, risico, behandeling, herstel en menselijk gedrag los verkrijgbaar zijn van geld, capaciteit en verantwoording. Vroeger zei ik ook: “DE organisatie wil dit of dat.” Alsof ergens boven ons een kamer was waar mensen aan knoppen draaiden zonder de operatie te voelen.
Wat mij betreft kan de romantiek daar ook vanaf. Want in de praktijk ontmoet ik in die kamers gewone mensen met cijfers, druk, belangen, goede bedoelingen en blinde vlekken. Beneden tref ik ook gewone mensen met roosters, druk, belangen, goede bedoelingen en blinde vlekken.
Dat is minder overzichtelijk dan het verhaal van boven tegen beneden. En ook minder lekker, want mopperen wordt ingewikkelder zodra je beide kanten van de medaille ziet.
Een bestuurlijk besluit kan aan de besluittafel logisch zijn en in de operatie onhandig uitpakken. Andersom kan een kleine operationele kwestie aan de bestuurstafel voelen als ruis. Een lamp die alleen door de technische dienst vervangen mag worden klinkt futiel, maar op de afdeling staat zo’n lamp voor handelingsruimte, vertrouwen en gezond verstand.
En daar raken de lagen elkaar
“Ik kom uit de praktijk” is een heerlijke zin omdat hij grond, geur en werkelijkheid binnenbrengt. Die zin trekt beleid uit de lucht en legt het terug op de vloer.
En diezelfde zin kan ook een schuilplaats worden. Een plek waar je je gelijk bewaart zonder verantwoordelijkheid te pakken.
Zodra dat gebeurt zit je waarschijnlijk in de organisatiehalocline.
Praktijkervaring krijgt pas invloed wanneer je haar meeneemt naar de tafels waar besluiten ontstaan. Anders blijft ze hangen in de halocline: zichtbaar, voelbaar, maar zonder richting.
Boven moet leren horen hoe beleid binnenkomt na een late dienst. Beneden moet leren zien dat geld, risico en verantwoording echte krachten zijn. Daartussen zit de halocline van systemen waar mensen samenwerken: de plek waar taal vervormt, betekenis een slag draait en iedereen denkt dat de ander raar beweegt.
Voordat je gaat corrigeren helpt het om kleiner te bewegen, rustiger te ademen, te kijken waar je hangt en te begrijpen in welk water de ander zwemt. In duiktaal: hou je buddy in het zicht.
Wie harder trappelt, maakt het zicht troebel. Wie blijft roepen dat de ander verkeerd hangt, vergeet zijn eigen trim te controleren.
Dus hang je in zoet water, in zout water of ergens daartussenin? Neem de druk waar, kijk naar je omgeving en trim jezelf in beleid, praktijk, geld én gedrag. En als dat weinig oplevert, overweeg een kilo lood af te gooien.
Misschien ook interessant
Groeipijn is fijn
